Het vierde verslag: richting Marokko


We gaan op weg naar de grens met Gambia, één van de kleinste landen van Afrika. Bij de grens zijn we binnen een half uurtje klaar, al kregen we wel een veiligheidsman in de camper, die alle deurtjes opentrok en alles wilde bekijken.
Dan op weg naar de camping bij Sekuta, vlakbij de kust. Zo'n keurige camping hebben we nog niet gehad Omdat er toch weer mensen zijn, die liever bij een resort aan de kust staan, gaat Ab met ze op zoek en die verkassen. De rest blijft, want er is een groot probleem n.l. : er is een stel beroofd van een polstasje met alle papieren en veel geld. Normaal hebben ze dat in de kluis liggen, maar nu kwamen ze net van de grens en dan leg je het snel even op de bank onder wat kussentjes. Omdat ze de camping niet konden vinden, hadden ze twee jongens meegenomen om de weg te wijzen. Vlakbij de camping vragen ze om water. Toen de vrouw naar achteren liep, sloegen ze hun slag en pikten het tasje.
Dan valt er veel te regelen: naar een politiepost voor aangifte en ook alvast naar het consulaat om alvast papieren op te halen als de papieren niet teruggevonden worden enz. Een geluk bij een ongeluk is, dat er een foto is genomen van het groepje jongens, hangend aan hun auto, voordat twee van hen instapten. Daar is de politie erg blij mee, want ze herkennen de auto ( +kenteken), maar er moet in dit land overal voor betaald worden, want de politie heeft niets. Dus betalen ze voor de benzine, de fotokopie van de auto, de taxi om de jongens te arresteren en ga zo maar door. Om een lang verhaal kort te maken: het tasje met de papieren wordt de volgende morgen gevonden bij de camping en bij de politiepost afgegeven. Alles zit er nog in, behalve het geld. De jongens opgepakt met nog 420 euro over van de 1000. De familie wil de straf "afkopen" en het resterende geld bij elkaar zien te krijgen. De mensen zijn arm dus het lukt ze niet en omdat de tijd dringt, wordt het snel voor het gerecht afgehandeld. De rechter veroordeelt ze tot 1 jaar gevangenis of een boete van slechts 150 euro. Dat is een schijntje en dat geld wordt meteen op tafel gelegd, zodat de handboeien afkunnen en ze weer vrij zijn om opnieuw toeristen te bestelen! De papieren worden teruggegeven, de 420 euro en de rest in Gambiaanse Dalasi, wat natuurlijk weer omgewisseld moet worden bij een bank. Wij hoeven er nooit meer naar toe, want ondertussen zijn wij ook bij het resort gaan staan om lekker te kunnen zwemmen in het zwembad en in zee, maar ook daar wordt je steeds lastig gevallen door mannetjes die je wat verkopen willen of gewoon proberen "vrienden" te worden, zodat ze later voor iedere dienst geld kunnen vragen of ze doen zielig en vragen gewoon geld voor hun familie. Niet leuk allemaal. Je durft niet eens naar souvenirs te kijken! Ze denken dat alle blanken rijk zijn, dus ze vragen altijd te veel.

Na vier dagen Gambia vertrekken we naar de hoofdstad Banjul, waar we met de boot over de Gambia moeten. Wat een chaos bij zo'n haven, kleine smalle straatjes om er te parkeren voor tickets, waar gelijk markt is en van alles te eten wordt verkocht. Het haven- terrein is ook klein en rommelig. Twee campers kunnen met de 1e boot mee waaronder wij en aan boord treffen we een Deense fotograaf, die graag een lift wil hebben naar de grens, waar wij ook naar toe moeten. Een aardige vent, die overal al is geweest en de mooie foto's op z'n website verkoopt aan reisboeken. De grensovergang duurt dit keer weer ruim twee uur en als we staan te wachten worden we weer lastig gevallen door veel bedelende kinderen en ook ouderen en meisjes die nootjes verkopen. Je kunt 10x nee zeggen maar ze proberen het steeds weer.

In Noord-Senegal bezoeken we een wildpark ( reservé de Bandia). Een natuurreservaat van 1500 hectaren, gesticht met het doel om de in Senegal met uitsterven bedreigde dieren te laten voortleven. Bijna al die dieren waren hier al afgeschoten. We hebben een jeepsafari gemaakt met een Ranger en zien veel gekleurde vogels, impala's, springbokken, apen, zebra's, giraffen, struisvogels, buffels, krokodillen en twee neushoorns, waar we met de Ranger te voet naar toe mochten lopen om foto's van dichtbij te maken.
Daarna gaan we weer een aantal dagen naar een resort aan zee, waar vandaan we Dakar zullen bezoeken. Daar kunnen we even bijkomen, de was doen, camper schoonmaken, zwemmen in zee of het zwembad induiken. De zee is hier bijna net zo koud als de Noordzee.

Met een gehuurd busje gaan we met z'n allen naar Dakar en vandaar nemen we de boot naar Ile de Gorée, het vroegere slaveneiland, waar vandaan de slaven weggevoerd werden naar Amerika. Je kunt er gezellig rondwandelen, het is niet groot met nog leuke smalle straatjes, oude koloniale gebouwen, geen autoverkeer, een oud fort( vroeger de gevangenis) en een uitzichtheuvel waar vroeger Franse kanonnen hebben gestaan. Dit hele eiland staat op de werelderfgoedlijst. Het wordt druk bezocht niet alleen door de blanken, maar ook door de Afrikanen zelf. We eten vis bij de haven en gaan weer met de boot naar de vaste wal, waar we nog even tijd hebben om iets van Dakar te zien.
De volgende dag trekken we verder en de helft rijdt om, om Lac Rose te bezoeken, waar de finish was van de rally Parijs-Dakar. Lac Rose is een zoutmeer en wordt roze als de zon erop schijnt. Daar vlakbij zijn behoorlijke zandduinen, waar dan de rally eindigde.
We lopen ruim een km door die duinen naar het strand. Diezelfde dag gaan we door naar Saint Louis ( het Venetië van Afrika) gelegen aan de monding van de rivier de Senegal. Het ligt op 2 lange smalle landtongen met koloniale gebouwen, want het was de eerste plaats, waar de Fransen zich vestigden in de 17e eeuw. Delen van deze stad staan op de lijst van Unesco.
De camping ligt op het laatste eilandje met voor de rivier de Senegal en achteruit loop je zo het strand op. Er lopen op deze landtong 2 wegen, 1 asfalt en de ander een zandweg, waar wij overheen reden. Daar krioelde het van de kinderen en volwassenen, paard en wagentjes, geiten en schapen en overal hangt de was te wapperen. Een schitterend tafereel!
De asfaltweg loopt langs de rivier en daar liggen honderden vissersbootjes hun vis te lossen met honderden vrouwen er omheen met manden om vis te kopen en die daar ter plekke wordt schoongemaakt, gerookt of gedroogd en daar dan dagen lang blijft liggen in de zon. Je kunt je wel voorstellen wat een bende dat geeft, want alle afval laten ze liggen of gooien ze in de rivier. Het stinkt er dan ook naar "rotte vis"en het stikt er van de vliegen. Je komt ogen te kort om dit allemaal in je op te nemen. Wel fascinerend!
Maar desondanks zijn de mensen hier vrolijk en niet opdringerig.
Morgen hebben we nog een laatste excursie naar een vogelreservaat, waar we met een piroque (uitgeholde boomstam) doorheen varen en maar hopen dat we veel pelikanen en flamingo's te zien krijgen. Zondag rijden we naar de grens met Mauritanië en dan wordt het reizen en kilometers maken om in Marokko te komen. Dit is dan waarschijnlijk ons laatste verslag, maar mochten we nog iets beleven op de terugweg, dan melden we ons weer vanuit Marokko of Spanje.